Voorlopige Casusoplossing – Studentenrechtbank 2015

Voorlopige casusoplossing

casus prio01d – Bertha is boos! – Aansprakelijkheid voor bedrijfsmatig gebruik van dieren.

Auteur:          Ewout Pong Visser

1.    Casus

Siebrand Zorgsma is een gepensioneerde boer met nog enkele stallen en stukken grond om eventueel dieren van anderen te stallen en te verzorgen. Siebrand heeft samen met zijn vrouw Wiene een Bed en Breakfast. Buurvrouw Tessa Harmsen heeft ruimte tekort en wil haar drachtige koeien stallen bij Siebrand. Het voer wordt betaald door Tessa en ze wordt ook op de hoogte gehouden met betrekking tot het kalveren. Siebrand ziet de koeien als een aanwinst. Het geeft een mooie sfeer voor bij de bed en breakfast. Daarnaast worden zijn stallen en stukken grond gebruikt. Het weiland van Siebrand is omgeven met een sloot met daarnaast een wandelpad. Op 24 april 2014 kalvert Bertha 23. Onder aanvoering van Tessa Harmsen, assisteert Siebrand bij de bevalling. Na de bevalling zijn Siebrand en Tessa weggelopen om spullen te halen. Eduard Schaaf die als wandelaar en fotograaf bij de bevalling aanwezig was, maakt nog een aantal foto’s. Toen Buurman Han Gerritsen met zijn loslopende hond. Door de flits van de fotocamera van Eduard schrikt Bertha. Hierop reageert de loslopende hond van Han met keffen en enthousiasme. Bertha wil haar pasgeboren kalf beschermen en stormt richting de hond. Bertha ging door de sloot en raakte uiteindelijk Eduard, die met zwaar letsel naar het ziekenhuis moet. Eduard stelt boer Siebrand aansprakelijk als bedrijfsmatige gebruiker van koe Bertha ex artikel 6:181 BW.

2.    Oplossing

Siebrand Zorgsma wordt aansprakelijk gesteld voor de geleden schade van Eduard Schaaf. Dit gebeurt op grond van artikel 6:181 BW. Hier gaat het om een verlegging van aansprakelijkheid uit artikel 6:179 BW van bezitter naar de bedrijfsmatige gebruiker. In ieder geval moet er sprake zijn van schade. In casu is er zowel materiele als imateriele schade. Voor de risicoaansprakelijkheid voor dieren moet er sprake zijn van een schade, die een causaal verband houdt met het verwezenlijken van het gevaar door eigen energie en het onberekenbare element van deze energie. De schade die Eduard heeft opgelopen is inderdaad veroorzaakt door een eigen beweging van Bertha. Eduard stelt dat er sprake is van bedrijfsmatig gebruik van dieren door Siebrand. De koe zal dan door Siebrand gebruikt worden ter uitoefening van zijn bedrijf. Daarnaast komen bij de ontleding van het wetsartikel 6:181 BW drie criteria naar voren namelijk: 1. Gebruik, 2. Ter uitoefening van en 3. Bedrijf.

Op het eerste criterium zal het al spaak lopen. De wetgever heeft namelijk een uitzondering gemaakt voor bewaren en vervoeren van dieren. Bewaren valt dus niet onder het toepassingsbereik van artikel 6:181 BW. Volgens de wetgever is het verband tussen de schade die niet kan worden voorkomen met de gebruikelijke zorg voor het dier en de uitoefening van het bedrijf van de bewaarder niet sprekend genoeg.[1] In casu is er sprake van bewaren. Siebrand heeft namelijk stallen en weilanden beschikbaar gesteld. Het voer is wel afkomstig van Tessa, maar de overige zorg komt van Siebrand. Een mogelijkheid om toch tot gebruiken te komen, wat me onwaarschijnlijk lijkt, is het stellen dat Siebrand door het gebruik van koeien veel profijt heeft. Profijtbeginsel. De stallen en stukken grond worden gebruikt en dit is een rechtstreeks gevolg van de koeien. Echter het profijt vanuit de Bed en Breakfast staat niet vast dat dit een causaal verband heeft met de koeien van Tessa. Het functioneel verband zal daarnaast ook spaak lopen. De aansprakelijkheid kan al op de bedrijfsmatige gebruiker berusten wanneer het dier zich in zijn machtssfeer bevindt. In casu is dit niet geheel zo. Dit komt doordat bezitter Tessa Harmsen de leiding neemt bij de bevalling en daarnaast ook controle (zeggenschapp) uit kan oefenen over de overige koeien in de stalling.

 

Kortom: er is geen sprake van bedrijfsmatig gebruik van het dier door Siebrand. Hierdoor is hij niet aansprakelijk, maar de bezitter Tessa Harmsen. De bezitter is namelijk op grond van de hoofdregel artikel 6:179 BW aansprakelijk. In het Loretta-arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat er geen sprake is van cumulatieve aansprakelijkheid, maar een alternatieve aansprakelijkheid. De aansprakelijkheid ligt dus of bij de bezitter of bij de bedrijfsmatige gebruiker. De vordering wordt afgewezen. Eduard had Tessa of Han Gerritsen voor het gedrag van zijn hond (de veroorzaker art. 6:179 BW) aansprakelijk moeten stellen. [2]

[1] Parl. Gesch. Boek 6 NBW, p. 747.

[2] HR 1 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1475, JA 2011, r.o. 3.3, 56, NJ 2011, 405, m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (Loretta);

Hof Amsterdam 20 maart 1997, ECLI:NL:GHAMS:1997:AK3749, VR 1999, 100, r.o. 4.3 (Admiraal/Van Lemmeren).